Posts from the ‘MiccaMagazine’ category

Tijdsaspecten, driedelig

Een driedelige muzikale structuur gedraagt zich als een vierdelige waaraan het laatste element ontbreekt. Hierdoor blijft de onderlinge hiërarchie ongewijzigd en ontstaat de typische swing, die het driedelige eigen is. Dit kan een maat zijn of een triool of een groepje van achtsten of zestienden in 3/8, 3/16, 6/8, 9/8, 12/8 enz. Een echt zuiver driedelige tijdindeling is zeldzaam. Een voorbeeld is: een Arietta van Joseph Haydn in 3/4 maat met in de begeleiding doorlopend triolen. Joseph Haydn Arietta Voorbeeld-1 Terug naar de hiërarchie in de driedelige structuren. Het eerste element is superieur aan het tweede en het derde en het derde  aan het tweede. De volgorde in belangrijkheid wordt dus: 1 -3- 2. Het nevenaccent op de derde eenheid leidt als het ware naar het accent op de eerste toe. Dit geeft de swing. Toch komt nog vaak het binaire principe naar voren. Zodra bv. 2 triolen achter elkaar komen is de eerste superieur aan de tweede, terwijl tegelijkertijd de hiërarchische structuur per triool intact blijft. Het gevaar is wel, dat ondergeschikte tonen in ritmisch metrische zin hun muzikale functie niet ten volle toebedeeld krijgen. Kijk hiervoor nog eens naar het Neuro-Motorisch-Studieprotocol. Ondergeschikt in de hiërarchie van de accenten is nog niet onbelangrijk en ondergeschikt in harmonische of anderszins muzikale betekenis.

Micca

Tijdsaspecten driedelig

De pijn van de Romantiek

Al heel vroeg werd ik betoverd door de romantische pianomuziek.Welke magie stuurt de tranen naar je ogen en je hart? Wat doet er zó zeer? Als kind overgeleverd, later op weg om het antwoord te zoeken. Ik heb het gevonden! Is daardoor de magie verdwenen? Nee!!! Het wonder is groter geworden en groeit nog steeds samen met mijn verwondering en bewondering.

Speel nu eerst de fragmenten door. Ook zonder bovenstaande titel is het niet moeilijk te horen uit welke stijlperiode deze fragmenten stammen. De de Romantiek typerende klankkleur ontstaat direct en is inherent aan de opbouw van de akkoorden. Met opzet zijn de voorbeelden klein gehouden, soms zelfs erg klein; een enkel akkoord en toch hoor je de Romantiek klinken. Hoe kan dat? Dat wil ik in dit artikel proberen te verklaren.

Sorry; nu eerst een beetje natuurkunde. Iedere toon bestaat behalve uit zichzelf ook nog uit een reeks natuurtonen. Deze kunnen we duidelijk horen, als we een lage toon fortissimo op de piano aanslaan. (Echte piano met snaren; digitaal werkt het niet.) en vasthouden, ook het rechter pedaal wordt ingedrukt. We gaan uit van de grote C. Dan krijgen we na elkaar en boven elkaar de volgende reeks.

De pijn van de Romantiek voorbeel 1-1

 

De reeks gaat nog veel verder, maar deze zeven tonen zijn echt hoorbaar. Vooral verrassend is het, wanneer na enkele seconden de bes’ begint te klinken. Speel je nu de bes’ erbij op de piano, (moet wel goed gestemd zijn) dan merk je een verschil. De natuurtoon is lager dan de pianotoon. Er is ook een verschil tussen de natuurtonen g en e’en de pianotonen g en e’. Het volgende natuurverschijnsel: consonantie versus dissonantie. Tegenwoordig worden prime, octaaf, kwint, kwart, grote en kleine terts en grote en kleine sext als consonant ervaren. Dissonant beleef je grote en kleine septime, grote en kleine secunde en overmatige kwart of verminderde kwint. De kleine secunde klinkt voor de meesten zeer dissonant, maar is nog als interval waarneembaar.Wordt het interval nog kleiner, dan krijgt het meer de werking van een klankkleur, eerst snerpend en daarna bijna strelend als bv. een mooi en snel vibrato met geringe amplitude. De zeer kleine intervallen, die ontstaan tussen de frequenties van natuurtonen en de gelijknamige evenredigzwevend getempereerde tonen nemen we waar als een zweving. In de muziek ontstaat het effect tussen twee boventoen of een boventoon en een reële toon door de bijzondere akkoordopbouw. Stuk voor stuk bekijken we nu de voorbeelden.

De pijn van de Romantiek voorbeeld 2-1
Vrijwel direct is de vierde boventoon van Es hoorbaar, namelijk g’, de toon waarop de zanger moet inzetten. Deze voelt zich gedragen en door de begeleiding echt ondersteund.

Een heel duidelijk voorbeeld is “Gute Nacht” van Robert Franz.

De pijn van de Romantiek voorbeeld 3-1

De a’waarop de zanger moet inzetten komt bijna direct overduidelijk naar voren en nagenoeg de hele zangmelodie zweeft mee; ook hier weer voelt de zanger zich gedragen door de piano. Dat, in combinatie met de betrekkelijke eenvoud van de begeleiding, maakt dit lied bij amateurs ook zo geliefd. Youtube staat er vol mee. Ga maar niet luisteren.

De pijn van de Romantiek voorbeeld 4-1

 

Voor “Stille Tränen” van Robert Schumann geldt hetzelfde als voor “Gute Nacht” met uitzondering van Youtube.

Etude_E-dur-1

 

Bij Chopins Etude op. 10 nr. 3 interfereren de vierde natuurtoon van de grote E en de eerste natuurtoon van de kleine gis; e’is melodisch erg belangrijk, maar niet voor de specifieke romantische klakkleur van dit akkoord.

Dan: de vraag: “Wisten ze dit?” is niet te beantwoorden. Gehoord hebben ze het zeker en ze zochten het op. In romantische pianomuziek is bijna geen akkoord te vinden waar dit fenomeen zich niet voordoet.

Pas op, je kunt eraan verslaafd raken. (Vooral doen.)

Het raadsel opgelost

De betovering gebleven

Micca

De pijn van de Romantiek

Tijdsaspecten en 10 Etudes voor sopraanblokfluit

De drie primaire tijdsaspecten van muziek zijn maat, ritme en tempo. Een vierde aspect, de agogiek, overkoepelt de primaire drie in een samenhang. Agogiek betreft in eerste linie het tempo en inherent daaraan worden ook maat en ritme beïnvloed. Nemen we om te beginnen het ritme; dat is op twee manieren te benaderen.

  1. De lengte van de individuele toon.
  2. De plaats van de toon in de tijd.

Uitgaande van de eerste benaderingswijze kan een toon beginnen, als de vorige zijn lengte heeft gekregen. Bij de tweede benaderingswijze stopt een toon, als de tijd voor de volgende is aangebroken. Het verschil is groter dan op het eerste gezicht lijkt, niet zozeer in resultaat dan wel in begrip.

We parkeren het driedelige zolang even aan de zijlijn, komt zeker later nog aan de orde en richten de aandacht op het binaire principe. In het kort: De oneven elementen zijn superieur, dus luider en de even elementen ondergeschikt, dus zachter; zo ontstaat een stelsel van accenten en nevenaccenten. Algemeen bekend is het primaire maataccent op de eerste tel en een nevenaccent op de derde tel in zowel 4/4 als 3/4 maat (3/4 maat wordt later besproken), ook een groepje van vier zestiende noten
Tijdsaspecten, voorbeeld 1-1

heeft zo’n rangorde. En verder alle denkbare ritmen.

In verband met de agogiek wordt het nu interessant. Elk van de vier zestiende noten heeft een eigen plaats en karakter. Zolang je het karakter van de gespeelde zestiende respecteert kun je hem zo vroeg of laat brengen als je wilt, het ritme zal duidelijk blijven. Vooral opmaten gaan beter en duidelijker klinken, wanneer het karakter van de tonen recht gedaan wordt. En zo komen we terug bij de twee benaderingswijzen van het ritme. Of een ritme juist is en juist klinkt hangt vooral af van het karakter, dat de toon wordt meegegeven en niet zozeer van hoelang een toon wordt aangehouden. Alles binnen grenzen van notenbeeld en tempo. een tweede tel moet klinken als een tweede tel en een derde als een derde enz.

In de Barok was het gebruikelijk om aanzetten van vier zestienden ongelijk te maken niet alleen om het tempo hoog te kunnen nemen, maar ook vanwege de klank. Zo lezen we bij J.J. Quantz in het huiswerkboekje van Frederik de Grote over de aanzetten van zestienden in een allegro.
Tijdsaspecten, voorbeeld 2-1

  • ti is luider
  • di iets zachter
  • dl is zacht

Zo ontstaat de hiërarchie als vanzelf. Probeer dat eens met etude 4; de articulatiebogen komen dan natuurlijk te vervallen.

Terugkomend op de plaats van een toon in de tijd ten opzichte van de duur kijken we naar etude 3 maat 4.
Tijdsaspecten, voorbeeld 3-1

Ga je niet afvragen hoelang de tweede toon duurt, maar begin hem halverwege de tweede tel en plaats de derde toon op de vierde tel.

Deze etudes bieden veel oefenstof voor vooral de tijdsaspecten in de muziek.

Succes!

Micca

Tijdsaspecten
10 Etudes voor sopraanblokfluit

Studeren met het Neuro-Motorisch-Studieprotocol

Je ontkomt er niet aan, studeren. Voordat noten tonen worden moet je werken en wel veel. Dit studieprotocol, vooral gedacht voor fluit en blokfluit, maakt het oefenen effectiever. Extra zorgvuldig en voorzichtig heb ik het zelf bij pianostudie gebruikt. (Als pianist ben ik trouwens een niet al te goede amateur.) Niet alleen door het resultaat wordt het plezier groter, maar vooral ook door het proces.

Micca

NMS